Ontwerpprincipes
Een voortuin ontwerpen
De voortuin is de plek die je het vaakst ziet en het minst betreedt. Dat vraagt om een andere opbouw dan een border achteraan: meer blijvende structuur, minder afhankelijkheid van zomerbloei.
Structuur draagt het beeld
Werk met een hoger aandeel groenblijvend materiaal dan in een achtertuin: gevormde taxus of ilex, lage haagjes of blijvend blad. Zo blijft de voortuin ook in de winter afgewerkt.
Reken met verharding en zout
Langs opritten en stoepen is de bodem vaak compacter, warmer en droger. Kies daar soorten die droogte verdragen en die niet direct tegen de rand groeien.
Houd de plantenlijst kort
Vier tot zes soorten volstaan meestal voor een voortuin. Herhaling geeft rust en maakt het onderhoud voorspelbaar.
Plantvoorbeelden
Soorten die een voortuin het hele jaar verzorgd houden:
Ilex crenata 'Dark Green'
Japanse hulst (bol) · 40–90 cm · blad en structuur · 1/m²
Sesleria autumnalis
Herfstblauwgras · 30–50 cm · bloei augustus–oktober · 7/m²
Geranium x cantabrigiense 'Biokovo'
Ooievaarsbek · 20–30 cm · bloei mei–juli · 6/m²
Waldsteinia ternata
Goudaardbei · 10–20 cm · bloei april–mei · 9/m²
Perovskia atriplicifolia 'Little Spire'
Blauwspirea · 60–90 cm · bloei juli–september · 3/m²
Veelgestelde vragen
- Hoeveel onderhoud vraagt een voortuin?
- Met een groenblijvende basis en een dichte bodembedekking beperk je het onderhoud tot een snoeibeurt in het voorjaar en enkele korte rondes per seizoen.